Reisverslag
van 21 dagen Zuid-Engeland en de Scilly eilanden.2003
Nadia en
Gerda

Deze
reis die ik nu gedaan heb staat al zo een zeven jaar op mijn verlanglijstje,
Maar ik vond nooit de juiste reisgezel.
Ik kon deze reis natuurlijk
wel alleen maken, maar links rijden met de wagen en dan nog kaartlezen en de
wegwijzers in het oog houden, leek me niet echt ontspannend.
Dus voor dit jaar had ik
nog niets vastgelegd, tot er een kennis van me belde en ik haar dit vertelde,
zei ze dat ze graag naar Engeland reisde en het wel wou overdenken om mee te
gaan.
En zo kwam van de plannen
een daad en we vertrokken op 1 juni 2003 voor drie weken.
We hadden ons vrij goed
voorbereid via reisgidsen, internet, en samenspraak, namelijk mijn hobby is
ornithologie en ik ken mijn reisgezellin( Nadia) via Natuurpunt een
natuurvereniging waar ik regelmatig mee op stap ga, voornamelijk om vogels te
observeren.
Dus tijdens dit verslag ga
je veel vogelnamen te lezen krijgen.
Via mijn zus die in een
reisbureau werkt kochten we een promotieticket voor de ferry van Calais naar
Dover.
Nadia werkt in een
bankmaatschappij en zorgde voor de travellercheques en de Engelse ponden.
En via internet boekten we
een week b&b (bed en breakfest) op de scilly’s.
De Scilly’s bleken vrij
duur te zijn( alles in de U.K trouwens) en we vonden een adresje dat maar één
kamer had en pas geopend was sinds maart 2003.
Ik zei haar dat dit zeker
proper en mooi ingericht moest zijn daar het nieuw was.
Dit bleek achteraf ook zo
te zijn.

Dus op 1 juni vertrokken we
om 8 h15 in de ochtend richting Calais met de wagen van Nadia een Peugeoke een
1100.
De eerste rit was voor mij,
daar Nadia een zwaar weekeinde achter der rug had gehad met een optreden van
het zangkoor waar ze bij zingt.
We vertrokken met mooi weer,
maar dit veranderde naarmate we aan Calais kwamen in mist en regenweer tot aan
de ferry in Calais
De boottocht duurde
1u15min.
Om 13 h plaatselijke tijd
kwamen we in Dover aan waar het nog altijd mistig was.
Van de boot rijdend was het
de beurt aan Nadia, zei had al is links gereden en heeft goede reflexen, die
heb je er zeker nodig, zou achteraf nog blijken.

West
Dorset:
We rijden richting Isle of
Portland.
Dit ligt ten zuiden van
Weymouth en is een schiereiland.
Wij rijden tot aan de Bill
of Portland het uiterste puntje, waar een grote rood- witte vuurtoren staat.

In feite staan er op, de
zuidwest punt drie vuurtorens,
Het Portland Bill
Lighthouse kan beklommen worden,
Old Lower Lightouse is een
vogelobservatiecentrum, waar je ook kan logeren zoals in een jeugdherberg, wij
hebben er meermaals aangebeld en ondanks dat de deuren open waren, was er
niemand te zien, dus zijn we elders naar een b&b gaan zoeken.
En Old Higher Lighthouse is
nu een b&b, die we ook niet open vonden.
Portland is wereldberoemd
om zijn Portland stone, die nog steeds op het eiland wordt bedolven en over de
hele wereld wordt geëxporteerd.
Deze kalksteen is bijna nog
befaamder dan het Purbeck-marmer, en werd onder andere gebruikt door de
architect Christopher Wren voor de St.Pauls Cathedral in Londen.
Thomas
Hardyn noemde het Isle of Portland ” het Gibraltar van Wessex” en betitelde het
in één van zijn boeken ook als Isle of Slingers.
En was in 1944 uitvalsbasis
voor D-day
Portland island heeft een
heel speciale atmosfeer, die onder meer wordt veroorzaakt door de ruige
kustlijn, de steengroeven en de oude vestingen.
Toen we daar aankwamen
hadden we er al 600km op zitten.
De vogels die we vandaag
gezien hebben zijn:
Buizerd, torenvalk en
groenling.
Onze kamer met zicht op een
grote vlakte, waarop houten huisjes stonden in verschillende kleuren zoals
roze, groen en blauw deden wat Zweeds aan.
Het is zoals bij ons de
badhuisjes aan het strand.
En daarachter lag de zee.

We betaalden hier £46 voor
de kamer met ontbijt voor ons beide.
Het ontbijt dat we in de
ochtend kregen was één perfect engels ontbijt met:
Muesli, corn - flakes enz
fruitsap
fruitsla
toast met spek en worstjes
en tomaten, champions, bonen, aardappelkroketje
En marmelade en koffie en
thee natuurlijk.
Zo konden we weer verder
voor de dag en gingen met onze geleende telescoop (van Ronny) een wandeling
maken in de nabije buurt.
We zagen weer groenling en
grauwe vliegenvanger.
We reden daarna verder naar
een natuurreservaat genaamd Rati Poel Lake met een prachtig
bezoekerscentrum waar we heel wat tijd bleven hangen en we onze mooie dingen
aanschaften.
We gingen ook een wandeling
maken in het gebied dat eigenlijk midden in de stad ligt.
Het bestaat vooral uit
plassen water met riet omgeven.
We zagen daar:
Kleine karekiet, Cetti’s
zanger, Aalscholvers, en Staartmees.

Vandaar uit nemen we de
auto en stond op het programma Abbotsburry Swannery.
Toen we daar aankwamen
bleken ze enorm veel geld ervoor te vragen en zijn wij uiteindelijk niet
binnengegaan.
Het zal blijken dat wij
niet echt toeristisch zijn ingesteld want als we moeten betalen voor iets deden
we het meestal niet.
De Swannery is een
reservaat dat al 600 jaar in stand wordt gehouden.
En waar rond de 400 zwanen
leven die er vrij kunnen nestelen.
DEVON
We rijden verder naar
Lyme regis, waar we even stoppen om op een dijkje te wandelen en waar we
precies terug in de beginjaren 1900’met authentieke huizen zitten.
Er is een piepklein
haventje aan dat zoals alle haventjes hier droogvallen bij laag tij.
We gaan in een authentiek
theehuis onze tea - time nemen,

Nadia blijkt dit zeer graag
te lusten, en ik doe meestal de verkeerde keuze van cake en lust hem niet.
Lyme Regis is ook bekend om
zijn fossielen, hier zou het eerste exemplaar van een Ichtyosaurus fossiel,
een visachtig reptiel van ongeveer vier meter lengte gevonden zijn in 1809.
Zo rijden we verder door
Seaton naar Beer dat in tegenstelling tot Seaton diep weggedoken ligt aan zee.
Hier overnachten we in een
b&b voor £22pp
We zien op de kliffen
kolonies Kuifaalscholvers, en een kolonie Zilvermeeuwen.
In de loop van de dag is
het killig, veel wind en regen en grijze wolken, tegen de avond open blauwe
hemel en zonnig.
We hebben 25 km gereden vandaag.

Van
Beer rijden we richting Topsham.
Daar doen we weer een RSPB
natuurgebied aan(excstuary).
Het is een mooi groot
gebied met veel verschillende habitat.
Er is een kijkhut waar we
voor de regen schuilen en onze pic-nic opeten.
We krijgen er Grutto,
Rouwkwikstaart, Reiger, Dodaars, Torenvalk, Knobbelzwanen, Heggenmus, En wilde
Eenden te zien.
We proberen nog wat verder
te wandelen want een voorbijganger vertelde ons dat hier Zwarte Ibis te zien
was.
Deze zou hier al 12 maanden
verblijven en hij zei ons de plaats waar hij hem juist gezien had.
Dus wij op zoek en ja hoor,
we kregen hem vrij direct te zien, een mooie en eerste waarneming voor mij.
We willen nog verder
wandelen maar het weer houd ons tegen, het blijft regenen en zo gaan we terug
richting wagen.
We rijden richting Dartmoor
Nationaal park.
Door de Moors rijden is
echt prachtig en indrukwekkend het is zeer weids en groots er komt geen einde
aan, en het is er mistig en mystiek, zoals beschreven staat in de reisgidsen.
We doen een info center en
bezoekerscentrum (waar weer veel moois te kopen valt) aan om accommodatie te
zoeken, en we krijgen enkele adressen, Nadia heeft er een mooie oude boerderij
op het oog, maar na te gaan kijken ( dat is typisch hier, je mag altijd eerst
de kamer keuren en toch nog ergens anders gaan kijken, en als je de kamer dan
toch nog wilt kan dat) vonden wij dit toch niet zoals het langs buiten oogde,
het was er nogal muffig.
Een beetje verder in het
straatje is er nog één gelegen Little Meadow genaamd.
We beslissen deze te nemen,
en wat blijkt deze man des huizes, is een gepensioneerde gids van de Moors en
een vogelringer en kenner.
Hij heeft wel 100-den
boeken over vogels van heel de wereld.
Wat kunnen we beter
wensen????
We zitten hier midden in
Dartmoor in een klein gehuchtje Widecombe on the Moor, dat in de dag zeer
toeristisch is, ze komen hier echt met bussen naartoe, maar na tea-time is het
hier echt zalig stil.
In de avond horen we
koekoek en hopen op goed weer morgen.
Even verderop is er een
riviertje, waar waterspreeuw zou moeten zitten, we gaan meermaals kijken maar
krijgen hem niet te zien.
We zoeken de plaatselijke
pub op ( er zijn er maar twee hier) het blijken nieuwe eigenaars te zijn, en
het is er echt aangenaam, lekker eten, voor engelse normen toch, in een
gezellige pub met open haard.
Bij het
opstaan in de ochtend zie ik door de raam op de weide over ons, pony’s en
veulens en op diezelfde wei nog geen 300m ver 2 hazen en één ervan is precies
de paashaas, die staat recht op zijn achterste poten en klopt met zijn
voorpoten op zijn borst, een prachtig zicht.
De zon schijnt maar de
donkere wolken blijven zichtbaar.
Vandaag is onze planning
een 13km wandeling te maken door de Moors, we gaan ontbijten en nemen een
lunchpakket mee, en onze regenjas het is hier uiteindelijk Engeland.
Onze gastheer vraagt naar
onze plannen en verandert deze ook zonder dat we veel inspraak krijgen.
Hij beweert dat er hier wel
meer dan 4 verschillende tapuiten zitten waaronder de Aziatische, veel koekoek,
en met veel geluk hoenders, waterspreeuw, beflijster enz.
Hij rijdt ons met de wagen
wat rond en kijkt zelf mee naar vogels, daarna zet hij ons af aan een stukje
dennenbos en wijst hoe we terug moeten wandelen, en met de stafkaart in onze
handen vertrekken we.
Het is onbeschrijfelijk
mooi en rustig, veel vogels maar niet diegene die hij zei die we te zien
zouden krijgen.
Wel zien wel een hert heel
dichtbij in de ogen.
We zijn onze wandeling rond
11u30 begonnen.
Het is hier echt berg op
berg af klimmen, en we hebben geen van beide conditie en puffen en hijgen bij
elke klim.
Voor de middag vinden we
toch ergens een pub die volzit met wandelaars en eten daar iets en wandelen
verder door de wind en grijze wolken.
We krijgen deze vogels te
zien:
Buizerd, Torenvalk,
Beflijster, Tapuit, Rode Patrijs, Gaai, Gele Kwikstaart, Veldleeuwerik,
Boomklever, Winterkoning, Graspieper, Kramsvogel, Grauwe Vliegenvanger,
Distelvink en Vink.
We korten onze wandeling
nog wat in en vinden het nog ver tot we de kerk van Widecombe zien ver beneden
ons, ik ben nog nooit zo blij geweest om een kerk te zien.
Dit gaf nieuwe moed en we
wandelden huiswaarts.
Voor ons avondmaal begeven
we ons naar dezelfde pub van gisteren omdat het ons zo goed bevallen was.
Deze keer gaan we in de bar
zitten en niet voor de openhaard.
Tijdens ons (weer) lekker
eten zien we muzikanten binnenkomen, wij denken dat die hier hun pintje komen
drinken maar later blijkt dat zij zich voor de houtstoof zetten en beginnen te
spelen.
Mooie Ierse folkmuziek, de
pub loopt echt stampvol met de plaatselijke bevolking die we al beginnen te
kennen.
De oudjes van onze
boerderij b&b (die we niet genomen hebben) zijn er ook en dansen echt
Iers het is prachtig om zien en on-navertelbaar.
Hier betaalden we £18pp
voor onze b&b en we bleven hier twee nachten.
Onze planning voor morgen is
om nog een mooie wandeling te maken verderop in de Moors aan Postbridge.
Na
ontbijt vertrekken we richting Postbridge door de Moors met regen en mist en
prachtige zichten (geen vergezichten), ook de wilde paarden zien we hier volop,
eigenlijk zijn ze niet echt wild, ze hebben allemaal een kenmerk en zijn van
iemand maar ze lopen er wel vrij rond, alsook honderden schapen.
Postbridge is zeer mooi
maar het zo een slecht weer dat we beslissen om niet te gaan wandelen.
Er zijn hier overal beekjes
en riviertjes, echt plaatsen voor waterspreeuw die we nog altijd niet gezien
hebben.
De begroeiing hier is mooi
en afwisselend; gaspeldoorn, verschillende soorten heide, meidoorn, varens en
haagbeuk.
Af en toe echte
reuzenbomen, eik en es.
We rijden verder richting Tavistock
om daar te gaan internetten in de bibliotheek, dit bleek gratis voor bezoekers.
CORNWALL
Dit is ook onze eerste
grote stad en veel te druk voor ons, we rijden dus ook direct verder richting
Looe, bij aankomst zien we een drooggelopen rivier =laag tij, omgeven door
hoge bergen met loofbos het is een prachtig zicht.
Een droog liggend haventje
met gezellige gekleurde huisjes brengt ons tot aan een klein stadje dat tussen
de hoge rotsen ligt en waar we op zee uitkijken.
Het is een rustig
badplaatsje waar het toch wel naar onze normen vrij toeristisch is, we
wandelen hier even rond en nemen onze tea-time.
Deze dorpjes zijn eigenlijk
de smokkelroutes van vroeger.
Als we verder rijden is het
echt berg op berg af bochtje links bochtje rechts soms recht omhoog en recht
omlaag en dat allemaal op baantjes van 2m breed tussen torenhoge haagbeuken en
prachtige bermbegroeiing, soms zag je de verkeersborden niet meer onder de
begroeiing.
We zien geen 50m ver door
de mist en voor tegenliggers is er geen plaats, als we er één tegenkomen moeten
wij of zij achteruit tot er een kleine inham is die speciaal daarvoor is
aangelegd.
Nadia doet dit prima en
neemt liever het zekere voor het onzekere en rijdt liever zelf, en ik ben daar
vandaag wel blij om, want ik heb mijn dagje niet, ik ben bekogeld met
meeuwenuitwerpselen en houten kop=migraineaanval.
Na Looe rijden we naar
Polperro, nog mooier en schattiger dan Looe een piepklein haventje met kleine
cottages en richting zee natuurlijk een droogliggend haventje, met torenhoge
rotsen begroeid met bomen en bloemen het is prachtig.
Polperro is het
ansichtkaartje van Cornwall, kleurige cottages in kleine bochtige straten op de
achtergrond een groene vallei en rotsen aan weerskanten van de haven, waar nog
steeds vissersboten aanmeren.
Het is niet meer de
visvangst of het smokkelen maar de toeristen die hier de prachtige winkeltjes
en werkplaatsen komen bekijken, om de sfeer nog optimaler te maken mogen er
geen auto’s in het stadje.
Na Polperro rijden we
richting Fowey en zoeken iets om te slapen, het is nu rond 16u00.
Om in Fowey te geraken
moeten we een rivier over maar er is geen brug. We rijden dan bijna de zee in
om daar een kleine overzetferry te nemen naar de overkant.
Dit duurt vijf minuten en
we hebben een prachtig zicht op een haven die heel Canadees lijkt zo met die
hoge begroeide bergen op de achtergrond.

Fowey is de uitvoerhaven
van de grondstof voor aardewerk: 600 schepen uit heel de wereld doen jaarlijks
de haven aan om samen 1,6 miljoen ton in te schepen.
Fowey heeft ook veel
herinneringen aan de schrijfster Daphne du Maurier.
Deze (1907-1989)was een van
de meest gevierde schrijfsters van Cornwall. Enkele van haar gekende verhalen
zijn: Rebecca, Jamaica Inn, en The Birds, gekend door de verfilming door Hitchcock.
In 1969 werd zij tot de
adelstand verheven.
Wie langs de kust vanuit
het oosten komt (wij dus) moet bij Bodinnick de pont nemen.
Fowey is ook een paradijs
voor zeilers en er worden regelmatig regatta’s gehouden.

Zo blijkt
echt want het ligt er vol
zeilboten en er is veel volk op gang zoveel zelfs dat we geen b&b vinden,
alles is volgeboekt (door de regattadeelnemers) er blijkt morgen een regatta te
zijn. Of peperduur.
We worden moe maar moeten
verder zoeken we rijden richting St. Austell en stoppen geregeld om een
gepaste b&b te vinden dat lukt vandaag niet van de eerste keer zoals we
gewoon zijn.
Op een gegevenmoment laten
we een rode pick-up wagen uit een oprit voor ons en wat blijkt deze is de
plaatselijke kruidenier volgeladen met groenten, fruit, melk en eieren pronken
op zijn pick-up. Het is een zot zicht en we nemen in de vlucht nog een foto.
De wegen leiden ons naar
Goran Haven waar we na meer dan 2 u zoeken een b&b vinden en dan nog wel
één met een zwembad (spijtig genoeg is het te koud), mooi boven op een heuvel
met zicht op zee in de verte, we betalen hier £22pp.
Na ons avondmaal in de
plaatselijke pub kruip ik nog altijd ziek mijn bedje in.
Voor wat blijkt een slechte
nacht rust, dit is de eerste nacht dat ik slecht slaap, misschien ook omdat we
niet elk ons bedje hadden, maar een bed moesten delen deze keer.
Deze mensen hadden internet
en wij even gevraagd of we mochten mailen naar onze dierbaren s’ morgens na het
ontbijt.
Vandaag staat op de
planning, Falmouth waar ik graag de kreken wil bezoeken.
Het zijn geen kreken
geworden, maar we rijden wel even langs St. Just Church, ons aanbevolen door
de b&b.
Heel pittoresk gelegen in
een oase van exotisch groene plantengroei met zicht op de kreken.
We rijden richting Lizard
Point, en moeten weer een overzet nemen om voorbij Falmouth te geraken.
Lizard is ook een soort
schiereiland en voor je aan de kust arriveert passeer je een legerbasis
Culdrose, met de grootste helikopterluchthaven van Europa.
De Lizard is het meest
zuidelijke gedeelte van Engeland.
Vaak gebruikt men het woord
Lizard om het gehele schiereiland aan te duiden, maar eigenlijk wordt met name
bedoeld het uiterste zuidpuntje. Lizard Point.
Het schiereiland heeft een
prachtige soms grillige rotskust met vele baaitjes en inhammen waaraan kleine
zandstranden.
Wanneer de zon schijnt,
zijn vooral rond Lizard Point de rotsen schitterend gekleurd blijkt.
( wij zien dit bij minder
zonneschijn)
Vele huizen zijn gebouwd
van graniet.
Lizard Point heeft enorme
mooie uitzichten op zee met rotsen en kliffen.
Wij rijden door om een
b&b te zoeken naar Mullion Cove omhoog de berg op en een prachtig uitzicht,
er staat al wel een groot hotel, het moet prachtig zijn om daar te logeren, en
wij overwegen zelfs even om dit te doen, maar de prijs houdt ons toch tegen.
Nog geen 500m verder vinden
we een b&b, ook niet goedkoop maar anders moeten we weer beginnen zoeken en
verder rijden, deze is mooi gelegen met een bijna even mooi uitzicht als het
hotel maar ouderwets en gelijk uit een film gestapt. Later blijkt dit meer
dan100 jaar oud te zijn en vroeger inderdaad een hotelletje te zijn geweest.
We betalen voor deze
b&b £27pp.
Er is enorm veel wind en
grijze wolken en tegen de avond weerom regen.
Voor we hier aan kwamen
hebben we aan de andere zijde van de Lizard staan zoeken met vele anderen naar
een Alpenkraai die in de rotsspleten zou gebroed hebben en met jong zitten nu.
Iemand van RSPB
(natuurvereniging) staat daar dag en nacht (ze wisselen elkaar af) met een
telescoop om alles te kunnen tonen aan de omstanders.
We krijgen hem niet direct
te zien, en gaan op zoek naar ons slaapvertrek.
Wetende dat de alpenkraai
het teken van Cornwall was of is (zoals bij ons een schildwapen), is dit dus
heel belangrijk voor de Engelsen dat die hier terug broedt.
Deze vogels zijn vandaag
waargenomen:
Kneu, Paapje, Gr
Mantelmeeuw, Zilvermeeuw, Kuifaalscholver, Keep, en Mus.
Na ontbijt rond 10u00
vertrekken we, maar we gaan toch nog is naar de alpenkraai kijken misschien
hebben we in de ochtend meer geluk.
We zien al wel een grijze
zeehond, schattig is dat met die ronde oogjes.
En ja hoor ik zie de kraai
buitenvliegen en eten zoeken voor de kleintjes en daarna ook het vrouwtje, wat
een prachtige waarneming (eerste waarneming).
Ook een zilvermeeuw op een
nest tegen de rotsen kunnen we goed bekijken met haar drie kleintjes (pullen).
Ik zie nog drieteenmeeuw,
Noordse Stormvogel, en Noordse Pijlstormvogel, en Kuifaalscholver.
Dit alles niet voor niets,
eerst een 20 tal minuten een fikse stortbui moeten laten passeren, maar mijn
dag is goed begonnen met deze waarnemingen.
We rijden verder richting
Gweek, daar wou ik nogmaals de kreek zien maar dat bleek moeilijk wegens
industrie er rond en aan de andere zijde een zeehondenopvangcentrum (zoo).
We besluiten dat dat leuk
kan zijn en betalen entree en wanen ons echte toeristen, en we lachen met
enkele slapende zeehonden die zo enorm groot en dik zijn.
Van hieruit hebben we toch
een mooi zicht op de kreek en zien daar zelfs een Reiger en Kleine
Zilverreigers.
Na de middag gaan we op weg
naar Penzance en richting Land’s End, (Cape Cornwall).
In oud -Cornish wordt
Land’sEnd genoemd: Pend-an-Laaz=het einde van de wereld.
Land’s End is het meest
westelijke punt van Engeland.
Om hier te mogen staan en
uit te kijken op de Atlantische Oceaan moet men wel vrij veel parking geld
betalen, reden voor vele Engelsen er niet naar toe te gaan, alhoewel we hier
zelfs Japanners en Nederlanders zagen.
Bij helder weer zouden van
hieruit de Scilly’s te zien zijn zo een 2u15min varen.
Voor de rest is er niets
meer tussen dit laatste stukje Engeland en Amerika dan de Atlantische oceaan.
Het is hier zeer
commercieel uitgebuit en je kan je laten fotograferen bij wegwijzers naar New
york en dergelijke, ook The First and the Last house in Engelland enzomeer.
Rond 1600 stond hier een
schaapherderhut.
Voor de kust zien wij de
omtrekken van de Longships-vuurtoren boven de rotsen uitsteken.
Hier staande denkt men
onwillekeurig aan het Koninkrijk Lyonesse, Het Engelse Atlantis, dat rond
Land’s End zou hebben gelegen en in één nacht ten onder zou zijn gegaan.
De legenden zeggen, dat
dit gebied zich uitstrekte van Penzance tot de Scilly’s. Ook Avalon, het dal
van Koning Arthur, behoorde ertoe.
Er zouden hier nog sporen
van een vroegere beschaving zijn.
Lyonesse zou prachtige
steden, vruchtbare vlaktes en een goed mensenras voortgebracht hebben.
Honderdveertig kerktorens
zouden er de mensen met hun klokken hebben opgeroepen tot gebed.
Nog zegt men wel dat op
bepaalde tijden het gelui van kerkklokken te horen zou zijn.
Vanuit Land’s End
getelefoneerd naar vrienden en familie.
Dan op zoek naar een
b&b die we vonden 10 min uit het centrum van Penzance voor £17pp gelegen
aan de baan maar een mooi huis met grote tuin en een rivier die door de tuin stroomt,
prachtig.
Dan moesten we nog eten
vinden, en we wilden niet naar Penzance, dus onze gastvrouw zei hebben jullie
Mousehole al gezien? Daar kunnen jullie eten, je kan de auto juist voor het
stadje parkeren.
Wij op weg en de eerste
beste parking dat Nadia te zien kreeg parkeerde we de wagen in het gedacht dat
dit was wat onze gastvrouw bedoelde.
Later bleek onze wagen in
het begin van Newlyn te staan.
We wandelen dus langs een
dijkje tot aan Mousehole dat op nog geen 5 km van Penzance ligt.
Het is één van die typische
Cornish vissersplaatsjes smalle steile straatjes, gelegen rond een
schilderachtig haventje.
Bij eb, wanneer dit
haventje is drooggevallen, wordt het vooral door moeders en kinderen als strand
gebruikt.
Van hieruit zien we
St.Michael’s Mount liggen een schiereiland dat heel erg gelijkt op de Mont
Saint Michel.
In het jaar 710 verscheen
in de nevel St.Michael aan nuchtere vissers.
Sindsdien is de berg een
veelbezochte plek, zowel door piraten en militairen als door zoekers naar
inkeer en afzondering.
Edward de Belijder
(1042-1066) liet er een kapel neerzetten die later tot klooster werd
uitgebouwd, nu is het een chic woonhuis in rococogotiek gevuld met
Chippendale meubelen.
Op de berg wordt jaarlijks
het Keltische verleden gereanimeerd.
Dan zingen en dansen er
enkele honderden barden en bloemenmeisjes.
Na onze maaltijd willen we
terugwandelen en Nadia beweert dat langs boven een kortere weg is dus die
gaan we, dus wij langs boven en dat bleef maar klimmen en klimmen en om den
duur zagen we de zee niet meer liggen en kregen we door dat we afdwaalden,
maar zoveel wegen waren er niet, we bellen aan bij een huis en vragen of we
nog in de goede richting zitten en het blijkt van wel we zitten aan St Paul
dan zijn we daar ook weer is geweest, maar we zijn wel aan een gehele andere
kant terechtgekomen, maar we wandelen mooi in de holle wegen en het is een
lekker zacht weertje en de avond valt het is al na 21u00. We komen aan meerdere
huizen en vragen voor de zekerheid nog is de weg aan iemand en die geeft ons
een lift tot aan onze auto die op 500m verder stond.
Een mooi lange heen en
terug wandeling, we waren volledig ons coördinatievermogen kwijtgeraakt.
Mousehole zullen we niet
vlug vergeten.
Nog een scholekster gezien.
Vroeg uit de veren want we
moeten om 9u15 de boot hebben en Nadia is graag goed op tijd dus om 6u45 loopt
de wekker af en ontbijten we vlug en pakken in.
We parkeren de auto voor
een week vlakbij de haven en betalen daarvoor £28.
Onze boottickets naar
Scilly kosten £57pp heen en terug.
Om 8u30 zitten we al op de
boot en bekijken alles wat er op en rondom gebeurt, er gaat ook een school
groep mee van een dertigtal leerlingen met enkele leeraars, die zitten vlak
achter mij op de bank buiten op dek, ik zit in de aanval met mijn verrekijker
want nu gaat het vogelkijken beginnen dacht ik.
Links achter onze boot ligt
een catamaran zeiljacht voor anker en daar rond zie ik een aantal dolfijnen
zwemmen, ik wordt er helemaal vrolijk van en de schoolkinderen lachen om mijn
kindsheid bij het zien van de dolfijnen, zei zeggen Oh yes Dolphins, we see
them offten. Voor hen is het doodnormaal, en ze vragen waarom ik een
verrekijker bij heb en lachen als ik zeg dat ik een vogelkijkster ben.
Ze vragen mijn naam en ik
die van hen, enkele weet ik nog, James, George.
De dolfijnen blijven rond
het jacht zwemmen en lijken te wachten tot die vertrekt, maar deze hebben veel
problemen met hun anker los te krijgen en het duurt bijna een half uur voor
het loskomt, en dan zijn ze weg met de dolfijnen als voorspan, een mooi
gezicht.
Intussen vertrekt ook onze
boot voor een 2u15min durende trip naar St Mary op de scilly’s
Onderweg zie ik in alle
stadia van juveniel naar adult zeer goed de Jan Van Gent die kaarsrecht naar
beneden duikt met een plof de zee in om er met een vis weer uit te komen.
Ook Stormmeeuw (blijkt te
kloppen, want we krijgen slecht weer).
Dan na een uurtje varen
begint het grijs te worden, te waaien, en ik voel de golven meer bewegen, ik
kleed me dik aan maar het begint te regenen en ik ben verplicht naar binnen te
gaan.
Daar wil ik naar het toilet
gaan voor ik me in een zetel ga zetten, want ik voel me zeeziek worden, in de
toiletten is het een en al gejammer van Engelsen die roepen, help, help ik ben
ziek, ik ga dood en terwijl maar overgeven.
Dan denk ik bij mezelf die
hebben deze morgen nog een Full English Breakfest gehad.
Ook ik blijf in mijn zetel
geplakt en voel me miserabel tot we aangekomen zijn.
Het blijkt dat dit een
nieuwe boot is die gemaakt is zonder veel diepgang om de vele ondieptes langs
de eilanden de baas te kunnen, daarom word je zo vlug ziek, ze noemen het dan
ook de maag en darm boot.
Op dek zag ik nog een
jonge man met verrekijker en een telescoop die ook regelmatig in de verte keek.
Daar vroeg ik aan waar ik moest
zijn voor de Papegaaiduikers, waar ik toch deels voor naar de Scilly’s kom?
Hij vertelde me dat ik er
zeker zou zien, en hij werkte daar in de week aan een project van de Comment
Stern’= visdief, met hoeveel die daar nog zijn en waar die broeden enzomeer,
plezant van je hobby je beroep maken.

Scilly Eilanden

In de oude documenten
werd Scilly geschreven als Sullye, Sulli, Sulley en Sully (zoneiland).
Pas in de 16 de eeuw kwam
de letter c in de naam voor.
De scilly Eilanden
zouden volgens overlevering, de heuveltoppen zijn van een veel groter gebied,
het legendarische verloren land van Lyonesse.
Hoe dit ook zij, de eerste
sporen van mensen op de eilanden zijn grafheuvels en rechtopstaande stenen uit
de prehistorie.
Ook zijn vondsten van een Romeinse
beschaving op de eilanden gedaan, munten, sieraden en aardewerk.
De eilanden liggen op 44 km van Land’s End.
Er zijn 54 eilandjes
waarvan er 5 bewoond zijn.
Gouden stranden, een zacht
klimaat, subtropische plantengroei, vele vlinders en het blauwe water van de
Atlantische Oceaan zorgen voor een kalmerende tijdloosheid.
Tussen de bewoonde eilanden
varen boten op en neer.
De eilanden zijn klein en
hebben nauwelijks asfaltwegen, zodat het geen zin heeft een auto mee te nemen.
En dat is een hele rustgevende
overgang.
Er is beperkte accommodatie
en vrij duur en de overheid is zeer terughoudend met het toestaan van nieuwe
grootschalige bebouwing, zodat het toerisme beperkt is alhoewel ik vond dat het
zijn maximum al wel bereikt had.
De Scilly’s maken geen deel
uit van het graafschap Cornwall.
Ze hebben een eigen niet
politiek bestuur dat de taken van een county council en een district
combineert.

Eens we aankomen op
St.Mary’s zijn we blij van de boot te kunnen stappen, maar zijn beide nog goed
ziek en voelen ons belabberd en dit zou zo nog zijn tot de volgende dag. We
hebben honger maar voelen ons te ziek om veel te eten met smaak.
Nu moeten we ons adresje
hier zoeken, maar we hebben geluk dat de bagage die vrij zwaar is (voor drie
weken) aan huis wordt afgezet.
Wij wandelen heel het
dorpje met zijn twee winkelstraatjes door omhoog een tiental minuten van de
haven.
Onze b&b noemt
‘Colossus’ genoemd naar het wrak dat daar ergens ligt, en waar zij als twee
duikers in gespecialiseerd zijn.
We krijgen een zeer
gastvrij ontvangst met de nodige tas thee.
We krijgen te horen dat er
achter het huis een geklasseerd natuurgebied ligt, we zien dat het mooi is
vanuit de raam van de ontbijtkamer, maar iets meer naar links is er een groot
stort waar we ook op uitkijken, dat is een tweede stort op het eiland speciaal
voor het vuil van al die toeristen, dat ze dus niet weggewerkt krijgen.
Toerisme is hier veel
alleen van de Engelsen zelf, en meestal oudere mensen, wat te begrijpen is als
je weet dat dit niet echt goedkoop is om hier te komen en te logeren.
We zien ook de luchthaven
enkele kilometers verder goed liggen en zien dagelijks aan en af vliegen van
toeristen.
Onze kamer is zeer mooi
verzorgd en proper, met televisie en badkamer, spieksplinter nieuw.
We trekken terug het dorpje
in om iets te eten het is al bijna drie uur en van zeven uur geleden dat we
iets gegeten hebben.
We
bezoeken ook het infocentrum, waar je alles wat je wil weten over de Scilly’s
kunt te weten komen alsook, mappen, kaarten, postkaarten, boottickets,
enz..kunt verkrijgen.

Het regent en waait nog
altijd.
Ik begin dit weer vervelend
te vinden en me te ergeren.
We reserveren in de
bibliotheek om later op de avond even te internetten naar het thuisfront dit
kost bijna £5 voor een uur.
We zijn nog altijd ontstemd
door de boottocht.
Op zee heb ik nog gezien
Noordse Pijlstormvogel, en Zilvermeeuw.
De meeuwen zijn hier echt
een pest en ze vragen dan ook overal om de dieren niet te voederen.
Ik persoonlijk vind
St.Mary’s niet echt een gezellig stadje, de pub’s zijn ook niet echt sfeervol,
ik mis het Cornwall sfeer wel een beetje hier, maar landschappelijk is het
prachtig.
St.Mary is 6.2 vierkante km
groot met 1590 inwoners en is het grootste eiland en heeft de beste
verbindingen met het vaste land en de andere eilanden.
Hier en daar liggen
prehistorische graven( burial chambers).
Er is veel bloementeelt op
de eilanden vooral narcissen.
Er wordt veel aandacht
besteed aan de scheepvaart en de visserij, de schipbreuken en de vogels die in
Amerika een zachte overwinterplaats zochten, maar soms gedesoriënteerd raakten
en naar Europa vlogen, waar de Scilly’s één van de eerste pleisterplaatsen was.
Na onze eerste overnachting
hier trek ik er alleen op uit naar het natuurgebied met enkele kijkhutten.
Veel riet en water en
houten bruggetjes om de vochtige plekken te kunnen passeren.
Ik doe een drie uur durende
wandeling door de ‘nature trail’.
En moet terugkeren wegens
een zware migraineaanval die echt niet meer dragelijk is.
Boerenzwaluw, en
vermoedelijk een Azuurmees waargenomen, maar dit is niet bevestigd, maar ik ben
vrij zeker.
Voor de rest in bed gelegen
met migraine rond 20u wel iets mee gaan eten met Nadia.


We zijn al de 11 juni en
om 8u in de ochtend zijn we al gewassen en aangekleed, voel me nog niet
optimaal, en nog wat mottig in de buik, maar ik wil er toch op uit trekken
vandaag.
Het eiland zit echt vol met
zanglijsters, ze zitten om de twee huizen op een dak of een boom en herhalen
alles twee keer, ze hebben me verschillende malen beetgenomen dat ik dacht een
scholekster te horen, maar dat zij het waren.
Ook Merels, Spreeuwen,
Mussen en Winterkoning.
Minder meeuwen en kraaien
hier.
Door het slechte weer van
maandag zijn er heel wat speciale soorten vogels neergestreken op de eilanden
hier als ik ze nu nog kan ontdekken is dat mooi meegenomen.

We nemen de boot naar het
eiland Bryher.
Dit is het kleinste eiland
met een lengte van 2.4 km.
Het eiland heeft in het NW
een vrij ruig gebied, met tamelijk hoge rotsen; in het zuiden ligt Rushy Bay,
een rustige baai met een prachtig zandstrand en veel bloemen.
De weinige bewoners leven
van de landbouw, visserij en toerisme, er zijn enkele pubs en een hotel.
En we doen een tocht mee
met een plaatselijke en gekende natuurgids, we betalen al voor de halve dag en
zien dan in de middag wel wat we verder doen.
We varen ongeveer een half
uurtje, we zien kuifaalscholvers en een groepje alken.
Daar aangekomen maken we
een mooie wandeltocht en krijgen informatie over planten, bloemen, vogels,
archeologie, vlinders en schelpen.
Er zou hier een ekster
zitten op het eiland wat voor hen een speciale waarneming is want die leven
hier niet, alsook bonte kraai.
Er zou ook zwarte zee-eend
gezien zijn.

Er blijken weinig
prooivogels te leven hier, af en toe een slechtvalk, die ik dan ook dagelijks
zie en torenvalk.
Er leven ook geen vossen,
daarom leven hier zoveel verschillende vogels.
De planten en bomengroei is
exotisch uit Australië en Zuid -Afrika, de Canarische eilanden, en Nieuw
Zeeland.
We zien pimpernel,
tormentil, kamille en vele mooie planten die ik niet in het engels versta. Ook
enkele paddestoelen.
We zien Drieteenmeeuw,
Bontbekplevier, Scholekster, Kleine Mantelmeeuw, Winterkoning, Visdief, Merel,
Zanglijster, Spreeuw, Kneu, Duif en Kraai.
Op de middag komen we in
wel een heel chique hotel met een prachtig uitzicht om te eten.
Nadia keert huiswaarts met
de boot van twee uur, ik beslis om nog bij de natuurgids te blijven voor de
rest van de dag met nog vier andere mensen, het is leuk zo een klein groepje.
We doen nu de ruigere kant
van het eiland en zien Noordse Pijlstormvogel, Jan Van Gent, Slechtvalk,
Kuifaalscholver, en ook een nest op de grond van Scholekster met twee eieren
erin, het blijkt als het derde ei er in ligt de vogel pas begint te broeden.
Het is 16u en tea-time, dus
een stop aan een gezellige pub, en wandelen we terug naar de boot die ons terug
brengt, vandaag geen regen, wel frisse wind toch een mooie dag en voelde me
toch al wat beter vandaag.
Deze natuurgids Willy
genaamd doet morgenavond een avondboottocht speciaal voor de
puffins=Papegaaiduikers te gaan bezichtigen op het onbewoonde eiland Anneth.
We hebben nogmaals enkele
zeehonden goed kunnen zien en een Zilverreiger.

Vandaag zijn we al 12 juni
en neem ik de boot naar St. Agnes.
Dit eiland wou ik zeker
doen als een soort hulde aan mijn moeder die Agnes noemt.
Dit eiland is 1.5 vierkante
kilometer groot met 90 inwoners. De boot legt aan op de noordoostpunt van het
eiland, waar de Turks Head Pub de dorstige opwacht.
Er zijn enkele cottages en
wat horeca in het dorpje’.
Er loopt een wandelpad naar
het noorden waar men een Big Pool passeert, een geliefde plek voor
vogelkijkers.
Aan de westkust is er een
labyrint van stenen.
Voor de kust liggen veel
rotspunten, waar menig schip op stuk liep.
Aan de zuidkust ligt Beady
Pool, waarin de 17 de eeuw een Nederlands schip zonk, vol met
handelswaar. Af en toe spoelen er nog zwart witte kralen aan.
Even ten zuiden van de
aanlegplaats leidt een zandbank naar het onbewoonde eiland Gugh waarover een
pad loopt dat aan de zuidwestkant van het eiland een prehistorisch heuvelgraf
passeert en aan de noordoost kant een menhir van bijna twee meter, die bekend
staat als The Old Man of Guch.
Het is stralend weer
ongeveer 20 graden in de schaduw.
Een flinke wandeling gedaan
samen met Nadia geluncht en dan weer verder alleen, Nadia neemt de vroege boot
terug.
Het is een zeer fotogeniek
eiland ik geraak niet uitgekeken.
Ik mis de boot van 16u en
kijk van op een teras in de verte naar de volgende boot.

Vandaag deze vogels
waargenomen:
Oeverpieper, Kneu,
Slechtvalk, Kuifaalscholver, Roodborsttapuit, Zanglijster, Spreeuwen, Kraai,
Zilver en Grote Mantelmeeuw.
S'avonds nemen we de
avondboot met de natuurgids Willy op zoek naar Puffins (papegaaiduikers).
En ja hoor het is een
prachtige tocht, met mooi weer en goede belichting.
We zien:
Papegaaiduikers een
tiental, prachtige vogels met veel karakter.
Noordse Pijlstormvogel
Jan van Genten
Zeekoet
Alken
Visdief
Gr mantelmeeuw en
kuifaalscholver
En slapende zeehonden zo
lui dat ze amper één oog opentrekken als we vlak bij varen met de boot.
Vandaag vrijdag de
dertiende.
Ik neem de boot naar St.
Martins dit eiland is 2.3 vierkante km en er zijn 110 inwoners en het ligt 2 km ten Oosten van Tresco.
Het blijkt echt vrijdag de
dertiende te zijn want onze boot is echt overladen vol en het is laag water,
en niet iedereen kon mee op de boot.
In de helft van onze
boottocht zei de schipper ons, als we iets voelden, niet moesten panikeren, we
varen over zandbanken, met zeer laag water. En het is bijna volle maan =(
springtij).
Maar de boot vaarde lekker
rustig door tot plots een snok de boot stillegde en we vastlagen.
De schipper met zijn
engelse humor zei ons dat de dikke dames overboord moesten springen, en zoals
altijd vrouwen en kinderen eerst.
Toen moesten de passagiers
die achteraan zaten allemaal naar voren komen te staan, dat zou helpen om het
gewicht te verplaatsen en zo zouden ze verder kunnen varen.
Maar er bewoog niets.
Toen zei de schipper dat
het niet lang meer zou duren want het tij kwam op en we zouden dan vanzelf
loskomen.
Maar er gebeurde niets.
Na meer dan 15 min zaten we
nog altijd vast, de boten die na ons vertrokken waren vaarden ons voorbij, met
de schoolkinderen ( van op de ferry) erin, die heel erg lachten toen ze ons
voorbijstaken en mij zagen zitten.
Er kwam nog een tweede boot
voorbij en die zeiden dat we de verkeerde schipper met de verkeerde boot( pas
nieuw) gekozen hadden.
Toen deze leeg terugkeerde
moesten er een deel van onze boot midden op het water overstappen op de ander
boot, dit moesten de zware vrouwen eerst zijn dit waren er een vijftigtal, zo
zouden we verder kunnen??????
Maar nee hoor we bewogen
niet.
Ik was nog lekker blijven
zitten, met het gedacht nu gaan we verder kunnen,, maar uiteindelijk kwam nog
een lege boot terug en moest iedereen overstappen en zijn we na vijf min toch
op het eiland geraakt, waar ik eerst een koffie drink om te bekomen.
De koffie die ik drink in
het hotel is een hotel dat mede door toedoen van prins Charles gebouwd is
hier.
Aan een fikse wandeling
begonnen met mooi weer door heide en gaspeldoorn, varens en kamperfoelie en
braambes.
Ik hoorde en zag veel
vogels maar ze waren me te vlug af om ze te herkennen.
Wel Kneu, Zwaluwen,
Roodborsttapuit en ik vermoed Fraters, een Slechtvalk en ik denk Vale
Gierzwaluw, Merels, en Winterkoning.
Rond 14 u00 gestopt bij een
plaatselijke bakkerij en daar soep met pistolet genuttigd, vlakbij enkel
galerijtjes met prachtige schilderijen en handwerk, dat zie je hier veel op de
eilanden.
Dan ben ik richting strand
gewandeld, hier zijn enorme stranden.
Ik las een rustpauze in en
geniet van strand en zee, en ga zelfs even het water in met mijn voeten.
Bontbekplevier, Alk,
Groenling, Mantel en Zilvermeeuw en Visdief en een troep Kuifaalscholvers zo
een 100-tal die beginnen te vissen in groep een pracht zicht.
Rond 16 u00 begint het weer
veel frisser te worden en ik begeef me richting kaai om mijn boot te nemen,
intussen was het zo een hoog water dat de marchandise die nog op de kade stond
aan het onderlopen was en de plaatselijke vorkliftchauffeur alles uit het water
moet rijden.
Deze avond gaan we
extravagant in een hotel eten, en hopen is iets speciaals en lekker te
krijgen.
De boten leggen aan in
HigherTown Quay aan de vriendelijk glooiende zuidkant van het eiland, vanwaar
een pad nar High Town leidt een winkel en wat horeca is.
Het pad leidt verder
westwaarts door Middle Town naar Lower Down over een inn en een hotel beschikt.
De noordkust van het eiland
is rotsig en verbergt enkele grotten, op de oostpunt staat de Day Mark, gebouwd
in 1687, een markeerpunt voor de scheepvaart dat in de 17 de eeuw is opgericht.
In tegenstelling tot een vuurtoren geeft een Day Mark s'nachts geen licht.
Ten zuiden hiervan ligt
Chapel Down in 1989 een granieten beeld weer overeind is gezet meer dan 3000
jaar oud zou zijn de bovenkant van de zuil is een nauwelijlks te onderscheiden
menselijk gezicht te zien.
Vandaag 14 juni de
verjaardag van mijn moeder.
Ik ga een rustige dag
nemen, wat winkelen voor familie, vrienden en voor mezelf.
Ik doe ook nog enkele korte
wandelingen
En wie kom ik op mijn
wandeling tegen, de schoolkinderen van op de ferry boot. Ze roepen al juichend
en wuivend naar mij toe van op het strand.
Vandaag om 21u is er een
live optreden in de pub van Old Town.
Volgens onze huiseigenaars
zou het de moeite moeten zijn en gaan we kunnen dansen.
Ik ga samen met Nadia eten
op een terras met zicht op de baai van Old Town, en ik heb geluk de koekoek die
ik al dagen hoor vliegt over mijn hoofd. Eindelijk gezien.
Na ons avondmaal richting
dansavond.
Aan tafel zitten we niet
lang alleen en er komen enkele oudere vrijgezellen bij ons zitten aan tafel.
Nadia hield het nogal vlug
bekeken, maar ik wou toch is langer opblijven dan 22u00 en bleef achter in de
pub, ik heb zelf niet gedanst maar me kostelijk geamuseerd met iedereen te
bekijken.
Ze drinken zich snel
dronken want om 22u45 gaat de bel voor de laatste ronde.
Dus iedereen is wel wat
dronken en ze dansen allen met pint en handtas (voor de vrouwen)in de hand,
voor mij een raar zicht, ik heb echt mijn lach moeten inhouden.
De vrijgezel aan tafel wou
mijn naam weten en ik vroeg ook de zijne uit beleefdheid en toen hij antwoordde
‘my name is Bob’ zei ik dat hij dan mocht autorijden, maar hij begreep dit
natuurlijk niet.
Ik kreeg bij het afscheid
zelfs een handkusje, wat een gentleman (lees versierder).
Bij mijn pad terug naar
huis rond 01u00 was het muisstil en volle maan.
Vandaag nemen we de boot
naar Tresco.
Is 3 vierkante kilometer
groot met 150 inwoners en is een kwartier varen en het tweede grootste eiland
na St Mary.
Het is het meest bezochte
eiland door de gekende Abbey Garden aan de zuidkant van het eiland waar we ook
gedropt worden met de boot.
Tresco is sinds 1834 eigendom
van de Dorrien-Smith-familie en plaatst zich daarmee een beetje buiten het
gewone leven.
Alle activiteiten op het
autovrije Tresco zijn ook in handen van deze familie, zoals de New Inn- de
fietsverhuur- de cottageverhuur- het hotel en de Abbey Garden.
De mensen die er werken
staan op de loonlijst van deze familie.
De Abbey Garden is een
botanische lusthof. Af en toe waan je je in een subtropisch woud, zo dicht en
weelderig zijn de planten en bomen.
De tuin is op de plek
waarin de eerste helft van de 12de eeuw een benedictijnenklooster
verrees, dat tegen 1500 weer verlaten werd, omdat de monniken niet konden leven
met de voortdurende angst voor aanvallen van piraten.
Er is ook een verzameling
van kleurige boegbeelden en andere schipbreuktrofeeën te bezichtigen.
In de richting van de
vuurtoren Round Island en dan via de klifrand in westelijke richting, naar
Piper’s Hole, een legendarische schuilplaats van smokkelaars en naar men zegt,
een tehuis van zeemeerminnen.

We eten in een superchique hotel
en het smaakt me enorm.
Na deze voormiddag een
fikse wandeling gedaan te hebben relax ik nog een hele poos in de omgeving van
het hotel op een bankje met een supermooi uitzicht, Nadia neemt de boot
alreeds terug rond 14u00.
Ik observeerde vandaag deze
vogels:
Duif, Roeken, Fazant,
Koekoek, Kneu, Visdief, Kl. Mantelmeeuw, Gr Mantelmeeuw, Zilvermeeuw,
Spreeuwen, Merel en Zanglijster.
Vandaag vertrekken we in de
namiddag terug richting vaste land met onze zeeziek boot.
We brengen de dag door met
wat te wandelen, valiezen inpakken, afscheid nemen.
We maken eigenlijk nog best
een mooie wandeling en zien nog Krooneend, Reiger, Carolinaeend en Kl.
Karekiet.
We eten op een terras met
een grandioos uitzicht op de haven, we zien zelfs onze boot binnenvaren.
We wandelen verder naar de
golf en Nadia maakt me wegwijs, het lijkt me leuk te kunnen golfen.
Op onze terugweg richting
haven doen we nog wat kunstgalerijtjes aan die hier wel op elk eilandje te
vinden zijn.
Ook een klein parfum en
zeepfabriekje, waarbij de bloemen van de eilanden gebruikt worden, 100%
natuurlijk en heerlijk geurend. Ik doe hier mijn voorraadje op.
Eens op de boot wordt het
zeer mistig en zien we weinig, Nadia neemt het zekere voor het onzekere en zet
haar direct comforttabel in een zetel binnen.
Onderweg krijg ik nog
Noordse pijlstormvogel te zien, twee Papegaaiduikers en Alken.
Onderweg ook weer regen
maar bij toenadering van het vaste land wordt het terug zonnig, we zien een
school haaien rondzwemmen, zeer indrukwekkend.
Eenmaal aangemeerd gaat
Nadia de auto halen en ik blijf bij de bagage en wordt even onthaal moeder van
twee grote honden terwijl die mevrouw ook haar bagage ophaalt.
We rijden terug naar de
b&b die we voor we naar Scilly’s reisden ook hadden.
Het is of we thuiskomen, we
vertellen onze verhalen en drinken een kop thee en de man des huizes laat zijn
zelf gebrouwen bier proeven, ik denk dat hij er zelf te veel en te regelmatig
van proeft.
Ik wandel door hun
prachtige tuin incluis riviertje.
Onze planning voor morgen
is een ferm stuk door te rijden tot Ilfracombe.
Prijs b&b 17 £
Al 17 juni, na ontbijt
autostrade genomen richting Bude, daar even van het uitzicht genoten, dit is
heel anders dan de zuidkant.
We rijden door tot
Clovelly, met grijze wolken, wind, regen, en frisse zonneschijn.
In Clovelly aangekomen
parkeren we en we moeten door een grote hangar die het dorpje afschermt van de
buitenwereld, we moeten ook 4£ betalen om er in te mogen.
Heel de hangar is vol
prularia en toeristen en buffet eten, echt afgrijselijk vind ik dat.
Clovelly met nog geen 200
inwoners bestempeld als ‘a place of outstanding natural beaty’ ligt geheel
beschut, aan de wijde Barnstaple or Bideford Bay.
Het is een kliffendorp, met
trapsgewijs oplopende hoofdstraat geplaveid met keien.
Men zou kunnen zeggen dat
Clovelly het aanzien van een bergdorp met dat van een vissersdorp combineert.
Clovelly is uniek in
Engeland en velen, die er nog nooit zijn geweest, kennen het plaatsje van
briefkaarten en foto’s.
Al voor Christus is het
gebied hier bewoond geweest.
Dit heeft men afgeleid uit
de overgebleven ‘dykes’ (wallen) van een fort uit het ijzeren tijdperk bij
Clovelly Cross.
De tegenwoordige huizen
dateren uit de 16 é eeuw.
Clovelly was vanhoudser een
vissersdorp, ezels brachten de aangevoerde haring
naar boven toe. Nu is er
ook het toerisme.
Bij het nabije Hartland
Point, ten westen van Clovelly, komen het kanaal van Bristol en de
Atlantische Oceaan samen.
High Street bestaat uit
traptrede, geplaveid met keien.
Tot aan 1861 was deze straat
een beekbedding.
Verschillende
voetbruggetjes liepen over de beek naar de huizen.
Om hygiënische redenen werd
de beek later overdekt, maar het water loopt nu nog onder de keien door.
De beschutte ligging van
Clovelly is ideaal voor het kweken van bloemen en planten.
Het dorp is dan ook geheel
versierd met bloemen en nog niet zo lang geleden won Clovelly in twee
opeenvolgende jaren de titel,”Best floral village of the Britisch Isles “ in de
Britain in Blom –wedstrijd.
Alle zijstraatjes zijn
pittoresk en erachter liggen de bossen die zich tot aan zee uitstrekken.
Hier moet je echt
wandelschoen aan hebben of een ezel huren, waar je ook mee op de foto kan. Van
boven gaat het nog maar het pad wordt steiler en smaller naar beneden toe, het
is wel prachtig.
We rijden door naar
Bideford waar we ontdekken dat ik morgen niet naar Lundy =eiland met veel
vogels, kunnen omdat er pas een boot op donderdag gaat, we gaan informeren en
ik koop gelijk mijn ticket voor donderdag.
We rijden een stuk verder
naar Exmoor park.
Dit park heeft een
oppervlakte van zo een 650 vierkante km.
Dit park was vanaf de 13é
eeuw Royal Forest: een gebied waarin alleen de koning mocht jagen ( wat er nu
nog veel gebeurd)
Exmoor werd in 1954
nationaal park.
Het bestaat uit een prachtige
kust met kliffen en een plateau van 300m tot 500m hoogte.
Hier ziet men bruin groen
heuvelland, begroeid met heide en varens en daartussen moerassige veengronden.
Maar er zijn ook
schitterende bossen, dalen met riviertjes en vele schilderachtige dorpjes.
Het hoogste punt is
Dunkery Beacon, ongeveer 550m boven zeeniveau
Er leven vele herten,
vogels en pony’s.
We rijden Cornwall en Devon
voorbij en stoppen in Exmoor.
In Dilverton in Somerset
waar we 2 nachten zullen blijven, morgen zullen we er een grote wandeling doen
en het gezellige dorpje hier verkennen.
We vinden een b&b
vlakbij de kerk met een prachtige badkamer en ontbijt op de kamer, die ook met
sofa en tv is, wat een luxe.
Soms lijkt het wel of we
een gehuwd stel zijn, aan de kamers te zien, zo gezellig, echt engels.
Ik neem na het avondmaal in
de plaatselijke pub een zalig bad, waarbij alles aanwezig is van zeep tot
badschuim en olie en shampoo en badjas. En kijk later lekker tv.
We betalen 26£ voor de
kamer met parking en alle luxe.
Vandaag torenvalk en
Buizerd in het vizier gehad.
Mijn budget begint ook op
te geraken.
Na het ontbijt op wandeling
vertrokken, we nemen de korte van 5 km door het bos, weilanden en langs
riviertjes, het gelijkt wat op onze Ardennen.
We zien Grote Gele
Kwikstaart, Rouwkwikstaart, Taigaboomkruiper, en ik denk Waterspreeuw.
Voor de rest doen we het
kalm aan ,nemen tea time en winkelen wat en relaxen.
Dulverton: met zijn 1300
inwoners in het zuid oosten van Exmoor is een van de drukbezochte plaatsen in
Exmoor (ik vond het er zeer rustig)
Het ligt beschut in het
dikbeboste dal van de River Barle en huisvest het Exmoor visitors centre en
het museum van Dulverton, dat uitgebreid stilstaat toen het stadje zichzelf
nog kon bedruipen.
Alles wat men nodig had,
het was er van dokter tot groenteboer, van notaris tot ijzerhandelaar.
Er was ook de stichter van
de YMCA, George williams (1821-1905) die daar in de buurt werd geboren.
Lundy Island

Op donderdag 19 juni rijden
we een stuk terug omdat ik naar Lundy ga en Nadia gaat golfen, ze zet me in de
vroege ochtend af aan de boot “MS OLDENBURG”.
Het begint ook nog te
motregenen als we met de boot vertrekken.
De twee uur durende
overtocht was zwaar, veel wind en motregen, ik had het echt koud.
Er waren meer dan de helft
van de passagiers die weer te uitgebreid ge-ontbijt hadden, zelfde scenario als
de overzet naar Scilly, ziek en mottig en overgeven.
Aangekomen op Lundy, nu met
een pier maar nog niet lang geleden moest je nog in een klein bootje op het
strand afgezet worden, moesten we een ferme klim naar boven doen op een smal
maar reeds geasfalteerd pad.
Dit duurt zo een 15 min als
je goed doorstapt, de meeste met wandelstok en buiten adem.
Achttien kilometer voor de
kust van Noord Devon ligt het granieten Lundy Island.
Op 38 km afstand van Ilfracombe, in het kanaal van Bristol (viereneenhalve vierkante kilometer groot) =5
km lang en 800 m breed, dat in 1969 eigendom werd van de National Trust.
De ruïne van het kasteel
van de familie Marisco, die dateert uit de tijd van de Normandiërs, is nog
steeds te zien.
Deze familie bewoonde het
eiland vanaf 1154.
In onze eeuw was het eiland
Lundy het privé bezit van de familie Harman tot aan 1969.
Het schaars bewoonde
eiland, dat alleen voetpaden kent rijst 120 m hoog op uit zee.
Er zijn zestig rotswanden
die beklommen kunnen worden en duiken is er populair(tot nu toe zijn er 216
scheepswrakken geïnventariseerd); je kunt er vogels kijken, vissen of gewoon
lekker wandelen in de ruige natuur.
Die bestaat uit gras en
heide met pony’s en schapen.
Tussen 24 en 7 uur is er
geen elektriciteit en honden zijn er verboden.
Kortom, het is een ideaal
eiland voor rustzoekers, temeer daar er slechts in beperkte mate accommodatie
is: 23 gebouwen om precies te zijn, die aan vakantiegangers worden verhuurd.
Het kasteel uit 1244, de
vuurtoren, de oude dorpsschool, elk gebouw is geschikt gemaakt voor tijdelijk
verhuur.
Daarnaast is er nog een
kleine camping en een pub(scoutslokaal noem ik dat)
Lundy was al bekend bij de
vikingen, die het eiland misschien ook zijn naam hebben gegeven.
Lunde is namelijk de
IJslandse naam voor Puffin (papegaaiduiker), één van de vogelsoorten die op
Lundy huizen.
Lundy is dan ook een
vogelreservaat.
Jarenlang bezochten
zeerovers, onder wie de beroemde Captain Kidd, het eiland.
Zij vonden er beschutting
achter gevaarlijke rotspunten als Hen and Chicken Rocks, Seals Rock (waarop een
kolonie zeehonden huist)en Templar Rock.
Bovengekomen moet het
prachtig zijn geweest, maar heel het eiland was in een dikke mist gehuld, het
had wel iets magisch.
Ik ga eerst iets eten wat
op zich al een avontuur is.
Al de passagiers van de
boot staan in een lange rij aan te schuiven ( zo een 100-tal), in het lokaal
waar je eet en drinkt, een soort ingericht scoutslokaal.
Het zijn ook allemaal vrijwilligers
die ons bedienen en koken, in ruil voor een verblijf op Lundy.
Ik probeer een wandeling te
gaan doen maar na een uur heb ik nog geen steek gezien, (door de mist) en ik
waaide bijna weg (en dat met mijn gewicht).
Ik hoor veel vogels en zie
ze soms vlak voor mijn ogen voorbijvliegen maar ze zijn direct terug verdwenen
in de mist, en ik die speciaal naar Ludy kwam voor de vogels en de
papegaaiduikers.
Dan maar een kop koffie
gaan drinken, ik had echt een baaldag met hoofdpijn, die me 25£ gekost heeft om
misselijk te worden en in de mist te wandelen.
Bij het terugvaren was de
zee veel kalmer en toen we aankwamen in Ilfracombe scheen de zon, en was het
warm, dat is echt om iets te krijgen.
Het is nu 18u30 en Nadia
staat me op te wachten, anders had ik nog een busrit van een uur voor de boeg.
Dat deed me veel plezier.
Kneu, Veldleeuwerik, Jan
Van Gent, Tapuiten en Noordse Pijlstormvogel.
We vinden een b&b in
Combe Martin voor 15£
We rijden in de ochtend
door naar Glastonbury, waar we rond 13u00 arriveren.
We komen terug in de
bewoonde wereld met winkelcentra en gaan naar een enorm schoppingcentrum in
openlucht waar ook de fabriek van de schoenfabrikant Clarks is gelegen.
Ik draag al jaren schoenen
van dat merk, dus ik koop me daar twee paar sandalen voor 25£
In Glastonbury gekomen leid
ik Nadia naar enkele b&b die ik nog ken ( ik ben hier al twee maal
geweest, de laatste keer was al wel 8 jaar geleden.)
Glastonbury heeft een
mystieke aantrekkingskracht op mensen die deze materialistische wereld willen
ontvluchten.
Glastonbury heeft 6500
inwoners en ligt 35 km ten zw van Bath.
En is het holistisch
centrum van Engeland.
De plaatselijke heuvel,
Glastonbury Tor, is daar debet aan.
De heuvel gaat zwanger van
legendes en magische krachten.
Koning Arthur is hier nog springlevend.
Werd immers in de 12é eeuw
Glastonbury niet geïdentificeerd als Avalon, dat wonderbaarlijke eiland waar
Koning Arthur heen ging om zijn dodelijke wonden te laten behandelen, door de
fee Morgan?
De ruïne van de abdij, waar
koning Arthur begraven zou liggen, is een andere trekpleister.
Tezamen vormen beide
geloofsartikelen een aantrekkelijke mix waar zowel bussen vol Amerikanen als
hippies-van-alle leeftijden zich toe aangetrokken voelen.
In het kleine centrum zijn
er ook healingcentra waar je kunt laten tarot kaartleggen, healingen laten
doen of volle maan meditaties.
Alle winkels verkopen
esoterische boeken, wierook en kaarsen.
Juist buiten het stadje
ligt Chalice well, met zijn verzorgde tuin aan de voet van de legendarische
Glastonbury Tor.
Deze bron wordt al zeer
lang benut, opgravingen hebben enkele Romeinse scherven opgeleverd; rond 1200
werd er een gebouwtje over de bron geplaatst en werd het water via een leiding
naar de abdij geleid.
Het ijzeren hekwerk op de
bron is hier nog van over.
De bron levert meer dan
honderdduizend liter water per dag met een temperatuur van 11C.
Het ijzerhoudend water kan
gedronken worden.
Om de hoek van de bron
leidt een pad naar Glastonbury Tor, een kale grasheuvel, opgebouwd uit lagen
klei en kalksteen.
Op de heuvel staat de toren
van de laat -middeleeuwse Michaël kerk.
Zo op het oog een
doodnormale heuvel, zij het dat je er veel zoekende types kan aantreffen.
Op zoek naar de Heilige
Graal of de ingang van de onderwereld.
Glastonbury Tor is het
mystieke en mysterieuze centrum van Glastonbury.
De 150 meter hoge heuvel werd tweeduizend jaar geleden omgeven door water.
In de 3é eeuw voor Christus
stichten de Kelten een dorp aan de voet van de heuvel, dat volgens de legende
Avalon heette, genoemd naar de Keltische god van de onderwereld Avalloc.
De heuvel is nauw verbonden
met de legende van Koning Arthur, al zijn er vele andere plekken, met name in
Wales, die dezelfde verbondenheid claimen.
Zijn vrouw Guinevere werd
door de koning van Zomerland(Somerset) gevangengezet in het kasteel op de
heuvel.
De Heilige Graal zou door
Jezus aan Jozef van Arimathea zijn gegeven, die hem meenam naar Glastongbury en
hem begroef bij Chalice Well, waar hij later gevonden werd door Koning Arthur.
Alles blijkt vol te zitten
want het is midzomer en dat wordt daar enorm gevierd, daar dit een spiritueel
gebied is( Stonehenge is niet ver weg).
Maar de plaatselijke
camping dame doet enorm moeite om ons op een iets verder boerderij te laten
logeren in een prachtige (paarse)(mijn lievelingskleur) kamer.
We trekken het dorpje in
dat volloopt met rare snuiters van hippies tot geklede zakenmensen.
We winkelen en eten iets.
Het lot wil dat het
restaurant waar we zitten echt goed te doen heeft en er mensen zitten te wachten
op een plaatsje, wij hebben reeds gedaan met eten en wachten op onze rekening,
als er twee Belgen uit Mechelen geloof ik aankomen, en we bieden onze tafel
aan.
Zij spreken voluit over de
evenementen die er te doen zijn rond midzomer, en ik zie dat wel zitten, om
vanavond in Chalice Well mee te gaan vieren, Nadia zet me daar rond 20u af en
gaat slapen.
De viering is zeer
spiritueel en toch met ambiance en interessante onderwerpen in elkaar
gestoken, ik geniet.
Maar ik moet nog zo een
drie km of meer wandelen naar onze b&b dus ik vertrek rond 23u30 huiswaarts
in den donkere langs de velden en de bossen.
Volle maan en midzomer en
op de achter grond de Tor die verlicht is door vele kaarsen en djémbe muziek en
aboriginal muziek.
Ik krijg nog een fantastische
velduil te zien en hoor nachtelijke geluiden van dieren rondom mij.
Aangekomen op de boerderij
word ik begroet door de hond, iedereen slaapt al en ik zoek mijn weg in een
vreemd huis, onze kamer vind ik nog maar de badkamer vind ik pas na drie andere
kamers geopend te hebben.
Vandaag rijden we langs
Stonehenge ( de autostrade loopt er langs) en er is zelfs file en er loopt veel
raar volk langs de autostrade.
Dit is Midzomer in
Somerset.
Blij dat ik hier nog is
geweest ben alhoewel er veel van de energie verloren gaat door alcohol en
drugsgebruik.
De reis loopt op zijn einde
en met zonnig weer op de boot richting Calais verlaten wij Engeland, en zien er
naar uit thuis te komen. Na 21 dagen intensief reizen.
Voor mij een pracht reis en
voor herhaling vatbaar.
Ik hoop dat de lezers er
ook een beeld kunnen van krijgen door dit reisverslag te lezen.

Leys Gerda
03/09/03